Er hangt verandering in de lucht – De kracht van geweldloosheid

Andreas Speck en Javier Gárate

Eind december hebben betogers het Tahrirplein opnieuw bezet net zoals in januari en februari 2011. Deze keer vragen ze niet het ontslag van een enkele man, maar van de volledige militaire dictatuur. Op verschillende plaatsen over de hele wereld worden nog steeds demonstraties georganiseerd door de Occupy-beweging en ondertussen begint men na te denken over de volgende stappen van de beweging.

De studentenprotesten in Chili blijven voortduren. Ook de acties van zo veel andere sociale bewegingen blijven hoop vertonen. Ze laten immers duidelijk blijken dat we genoeg hebben van dit economisch en politiek systeem dat slechts enkelen bevoordeelt en dat het volk niet vertegenwoordigt.

Veel van deze bewegingen bevinden zich nog in de beginfase en het is daarom moeilijk om hun verwezenlijkingen en einddoelen te beoordelen. We kunnen enkel licht werpen op de invloed die ze tot nu toe hebben uitgeoefend en de manier waarop ze zichzelf hebben georganiseerd.

Van een ding kunnen we zeker zijn: niemand kan ontkennen dat er ongelooflijk veel energie is om verandering teweeg te brengen. Energie die zich niet beperkt tot het eisen van verandering, maar vooral energie om zelf verandering te brengen.

Analyse en boodschap

Het lijkt erop dat men in de verschillende bewegingen duidelijk begrijpt wat er fout loopt, namelijk dat er een structureel probleem is. Het gaat erom het hele systeem te veranderen, niet enkel de namen van de leiders of de manier waarop hulpmiddelen worden verdeeld.

In Egypte zien we nu bij de tweede fase van de betogingen dat niet enkel het ontslag van Moebarak belangrijk was. Natuurlijk was zijn ontslag een reusachtige stap in de juiste richting. Maar de echte vraag is welk politiek systeem de Egyptenaren in hun land willen.

Uit de tweede golf van protesten in Egypte blijkt dat de Egyptenaren geen militaire dictatuur meer willen. Bij de Chileense studenten gaat het om een totaal nieuw onderwijssysteem dat verbonden is met een andere manier om de rijkdom te verdelen. Zij betogen voor een verandering in het belastingsysteem waardoor de noodzakelijke middelen beschikbaar worden gesteld om iedereen gratis en kwaliteitsvol onderwijs te bieden.

Volgens de Occupy-beweging is het hele economische en politieke systeem fout. Er wordt immers gefocust op economische groei waarvan slechts de hele rijken (de één procent) hebben genoten, terwijl het politieke systeem corrupt is geen rechtstreekse vertegenwoordiging van de kiezers is.

Wat deze bewegingen bindt, is hun diepe ontgoocheling in de bestaande politieke en economische systemen. Hoewel er – nog – geen duidelijke analyse voorhanden is van de bestaande machten en de samenhang tussen de verschillende gebeurtenissen, heerst er een diepgeworteld wantrouwen in de mogelijkheden van het systeem om de problemen die het zelf heeft gecreëerd op te lossen.

Er is – nog – geen duidelijk beeld van een alternatieve samenleving, maar men is wel op zoek naar alternatieven, naar echte democratie en naar manieren om de beweging zelf op een alternatieve democratische wijze te organiseren.

Verbanden leggen

Wij als pacifisten en als vredesbeweging vinden dit heel belangrijke ideeën. Aan de ene kant geloven we dat we de veranderingen die we eisen ook in onze eigen bewegingen moeten doorvoeren. Om die reden gebruiken we strategieën zoals geweldloosheid en op consensus gebaseerde besluitvorming. Aan de andere kant vinden we het ook belangrijk de verbanden te zien tussen verschillende onderdrukkingsmechanismen – de structurele kant van het geweld.

Daarom kan volgens ons het kapitalisme niet worden bestreden zonder het militarisme te bestrijden. Eveneens kan je niet kijken naar het militarisme zonder de rol van de staat en het patriarchaat onder de loep te nemen.

We kunnen niet vaak genoeg terugkeren naar de bekende afscheidsspeech van de Amerikaanse president Dwight David Eisenhower: "We moeten onze overheidsbesturen hoeden voor de toename van ongerechtvaardigde invloed die, al dan niet gewenst, wordt uitgeoefend door het militair-industrieel complex. De mogelijkheid dat misplaatste macht enorm toeneemt, bestaat en zal blijven bestaan. We moeten erover waken dat de last van deze combinatie nooit onze vrijheden of het democratisch proces in gevaar brengt. We moeten niets als vanzelfsprekend beschouwen. Enkel alerte en goed ingelichte burgers kunnen afdwingen dat het reusachtig industrieel en militair defensiesysteem kan worden overwonnen via onze vreedzame methodes en doelstellingen zodat veiligheid en vrijheid samen kunnen heersen."

Hij waarschuwde voor een grotere macht dan het Witte Huis – het militair-industrieel complex. Als we het economisch systeem bekijken, valt meteen op hoeveel geld aan het leger wordt besteed.

In 2010 zijn de wereldwijde militaire uitgaven gestegen tot 1.620.000.000.000 (1,62 biljoen) Amerikaanse dollar. In de Verenigde Staten bedragen deze uitgaven 1,372 miljard dollar of 48 procent van de totale federale begroting. Uit onthullend cijfermateriaal blijkt dat de militaire uitgaven per persoon in Spanje evenveel bedragen als de maandelijkse sociale uitkering voor een werkloze. In Spanje is er erg gesnoeid in sociale diensten, maar niet in militaire uitgaven. Wapenhandel is volgens SIPRI (Stockholm International Peace Research Institute) verantwoordelijk voor 40 procent van de corruptie in globale transacties.

Belangrijker nog, het uiterst kleine percentage van de bevolking (minder dan één procent) dat wél voordeel heeft gehaald uit de economische groei bestaat uit banken en sectoren die winst halen uit oorlog. Wie het verband tussen het economisch systeem en militarisme niet ziet, mist een heel groot deel van het probleem.

Tijdens de Arabische lente hebben we geleerd dat dezelfde regeringen die de opstanden steunen, wapens naar deze regimes exporteerden. In het geval van Chili, mogen we bij de discussie over de nood aan financiële middelen voor onderwijs niet vergeten dat het Chileense leger 10 procent van de koperinkomsten blijft ontvangen evenals een deel van de nationale begroting.

Bij elk voorbeeld van sociale mobilisatie is er een duidelijk verband met militarisme. Bovendien zijn de grootste begrotingsbesparingen terug te vinden op het gebied van bijvoorbeeld onderwijs en sociaal welzijn, terwijl de militaire uitgaven blijven stijgen of slechts lichtjes dalen. Spreken deze gegevens dan geen boekdelen?

Dit betekent niet dat de boodschap van protest altijd verband moet houden met de rol van militarisme. Een geldige boodschap moet wel altijd focussen op iets waar de mensen zich betrokken bij voelen. Zo focust de Occupy-beweging terecht op de rol van banken. Banken vormen immers het symbool van het economisch systeem en banken zijn makkelijke doelwitten bij campagnes omdat de meeste mensen een bankrekening hebben of een hypotheek moeten afbetalen.

Bovendien mogen we niet vergeten dat diezelfde banken investeringen en aandelen hebben bij de belangrijkste wapenproducenten. In 2008 werd er bijvoorbeeld overeengekomen dat de Amerikaanse staat garant zou staan voor 306 miljard dollar aan dubieuze leningen van Citigroup, een van 's werelds grootste banken, om de bank van de ondergang te redden. De Amerikaanse schatkist ging ook akkoord om 20 miljard dollar van het Troubled Asset Relief Program (TARP) te investeren in Citigroup in ruil voor preferente aandelen met 8 procent dividenden voor de schatkist.

De dag voor de aangekondigde overeenkomst waren de aandelen van Citigroup 3,77 dollar waard – een prijs waaruit een totaal waardeverlies blijkt van 244 miljard dollar in slechts twee jaar tijd. Citigroup is echter de bank die voor 145 miljoen euro heeft geïnvesteerd in een doorlopend krediet van 3 miljard euro voor EADS, een van de grootste wapenproducenten ter wereld.

Voorts had Citigroup ook invloed bij de bezetting van Irak, via het panel van Irak-experts van wie verwacht werd een oplossing te bieden voor het door oorlog verscheurde land. De tien leden van het panel – die werden bijgestaan door gespecialiseerde subgroepen bestaande uit 44 deskundigen uit de academische wereld, de regering en de privésector – gaven het advies de Amerikaanse troepen in Irak te 'herschikken' en hun functie te veranderen van 'strijdkrachten' tot 'ondersteuningstroepen'… Kies de boodschap voor je protest dus zorgvuldig en voeg er een grondige analyse aan toe.

Er bestaat een bepaalde theorie over sociale bewegingen die beweert dat een beweging die succes wil boeken, moet beschikken over een erg duidelijke en specifieke boodschap. Maar de huidige bewegingen strijden voor meer dan een of andere kwestie of cosmetische verandering. Ze zijn op zoek naar een radicale, fundamentele verandering van ons politiek en economisch systeem. Om dit te bereiken, is het belangrijk de verbanden te begrijpen.

De vele bewegingen samenbrengen

Wanneer een bepaalde beweging in een stroomversnelling terechtkomt, lijkt het soms alsof anderen hier ook een graantje van willen meepikken. Het kan er inderdaad op lijken dat ook de antimilitaristische beweging dit doet, dat we proberen te volgen wat er gaande is en hierop inspelen om het militarisme in de kijker te plaatsen.

Dit is een grote uitdaging en natuurlijk moeten we van elke gelegenheid gebruikmaken om verbanden te leggen. Wanneer we het hebben over bijvoorbeeld de rol van het militarisme in Egypte, onderwijs in Chili of de economie, proberen we niet de aandacht af te leiden van de focus van de sociale bewegingen, maar willen we enkel aantonen dat militarisme alomtegenwoordig is en meer onrechtvaardigheden teweegbrengt dan de meeste mensen denken.

We geloven dat bewegingen pas succesvol kunnen zijn als ze zich verenigen en gemeenschappelijke kwesties samen aanpakken. We zouden in staat moeten zijn allemaal samen te benadrukken dat ons economisch en politiek systeem onrechtvaardig is en ons niet vertegenwoordigt. De antimilitaristische beweging kan dit zeggen, net zoals de vakbonden of de milieubeweging of iemand anders.

Startend vanuit een andere invalshoek, kunnen we samen een akkoord sluiten over een grotere kwestie die ons allen aanbelangt. Samen kunnen we meer invloed uitoefenen dan ieder van ons apart. Voorts moeten we begrijpen dat bewegingen pas doeltreffend kunnen zijn als ze ruimte bieden aan verschillende vormen van participatie.

Volgens het Movement Action Plan van Bill Moyer is er in een beweging sprake van verschillende rollen. Moyer heeft het over vier hoofdrollen: de rebel, de hervormer, burgers en de 'change agent'. In een beweging moet er ruimte zijn voor al deze rollen.

Het Movement Action Plan leert ons voort dat bewegingen tijd nodig hebben om succes te oogsten en hun doel te bereiken. Dit is momenteel erg belangrijk: hoewel het erop lijkt dat sommige Occupy-bewegingen en Chileense studenten geen succes meer oogsten, betekent dit niet dat ze de foute richting zijn ingegaan. Ze zijn erin geslaagd het probleem op de agenda te plaatsen en hiervoor steun te krijgen. Nu is het tijd om de andere sectoren van de samenleving wakker te schudden en meer allianties te smeden om zo sterker te staan en meer invloed uit te oefenen.

Het is ook belangrijk om de gevolgde tactieken te beoordelen. Hoe vaak kan je dezelfde acties blijven herhalen? In het geval van de Chileense studenten: hoeveel betogingen kan je nog meer organiseren? Welke alternatieven bestaan er voor betogingen? In het geval van de Occupy-beweging: is het de bedoeling om eeuwig pleinen te blijven bezetten of zijn er volgende stappen?

De Spaanse indignados zijn al van pleinbezettingen naar een meer gedecentraliseerde organisatie geëvolueerd. Vermits we erg vaak worden bekritiseerd omdat we geen duidelijk alternatief voor het probleem aanbieden, is het belangrijk ook aan alternatieven te denken. Dus vergeet niet dat verandering tijd nodig heeft. Wees niet ontgoocheld als je niet meteen veranderingen ziet. Het is belangrijk dat het probleem in de schijnwerpers blijft en dat deze allianties worden gesmeed om de basis te creëren voor samenwerking tussen verschillende bewegingen.

Welk aandeel hebben antimilitaristen in deze mix?

Welke rol is er weggelegd voor antimilitaristen? We hebben reeds onze bijdrage aan de analyse vermeld. We hebben namelijk gewezen op het verband tussen kapitalisme, militarisme, de staat en het patriarchaat. Even belangrijk zijn onze principes van geweldloosheid, want we willen een inclusieve beweging waaraan iedereen kan deelnemen. We willen dat de dagelijkse acties van onze beweging een weerspiegeling zijn van de maatschappij die we willen bouwen. We willen creatief zijn met radicale acties.

Als pacifisten bogen we op een lange geschiedenis van trainingen in geweldloze actie. We hebben jarenlang ervaring opgebouwd die nu van pas kan komen. We zijn niet verrast te horen dat onze Spaanse antimilitaristische collega's veel aanvragen hebben ontvangen van de indignados om trainingen in geweldloze actie te organiseren, bijvoorbeeld trainingen over op consensus gebaseerde besluitvorming.

We bieden niet alleen trainingen in geweldloze actie aan, maar we hebben ook een rijke geschiedenis van geweldloze directe acties. We vinden het belangrijk om bij andere bewegingen aan te sluiten en onze kennis en ervaring door te geven. Bovendien willen we ook graag bijleren via de gebeurtenissen van vandaag.

De huidige crisis is erg belangrijk voor de sociale bewegingen en vormt een kans voor de antimilitaristen om aansluiting te vinden bij andere bewegingen om zo samen sterker te staan bij onze eis voor duurzame sociale verandering.